All the world's a stage

sander hermsen_Sander Hermsen, ‎onderzoeker, docent en ontwerper op het snijvlak van sociale psychologie, design en gedragsverandering aan de Hogeschool Utrecht (PubLab), bezocht op 23 en 24 februari 2015 in Londen een conferentie over digitale technologie & gedragsverandering. De conferentie, die zich toespitste op gedrag gerelateerd aan gezondheid, werd georganiseerd door het centrum voor gedragsverandering van University College London. In deze serie blogt Sander over opvallende aldaar gepresenteerde onderzoeken, zoals het bereiken van mensen met een lage sociaal-economische status via gedragsveranderende campagnes en interactieve technologie om ongewenst impulsgedrag onder controle te krijgen. In deze blog: het gedrag van gebruikers van wearables. 

Wanneer je zo’n hippe wearable als een Apple Watch draagt, dan heb je niet alleen een handig apparaat met allerlei slimme functies bij je, maar zend je tevens allerlei impliciete boodschappen uit over wie je bent en hoe je in het leven staat. Ontwerpers weten dat en houden daar rekening mee. De vormgeving van al die Fitbits, Nike Fuelbands, smartwatches en Fitbits is helemaal afgestemd op de hippe gadgetfreak.

mannen-vrouwenMaar wat doe je wanneer je een apparaat ontwerpt voor een diversere doelgroep, dus niet alleen maar voor modieuze jonge mannen? Aisling O’Kane doet aan het University College London onderzoek naar het gebruik van medische technologie die wordt gebruikt door mensen met diabetes. Met slimme meters en insulinepompjes kunnen deze mensen hun ziekte over het algemeen prima zelf onder controle houden.

Er blijkt nogal wat verschil te zitten in de behoefte van de gebruikers om hun conditie privé te houden. O’Kane refereert daarbij aan de theatermetafoor van Goffman. Er is een onderscheid tussen ‘on-stage’ gedrag, waarin mensen zich aan de buitenwereld presenteren alsof ze acteurs zijn, ‘off-stage’-gedrag – bijvoorbeeld onder vrienden of familie – en ‘backstage’-gedrag waarin mensen hun ‘masker’ laten vallen, bijvoorbeeld wanneer ze alleen zijn. On-stage-gedrag kun je vergelijken met het acteren in een theaterstuk, compleet met requisieten en kostuums.

Voor sommige gebruikers van insulinepompen en glucosemeters is het geen enkel probleem om de apparaten ‘on stage’ te gebruiken. Voor hen maakt hun conditie deel uit van hun identiteit. Voor anderen ligt dat niet zo eenvoudig. Wil je bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek of een eerste date direct laten zien dat je diabetes hebt? Of juist niet? Nog weer anderen hebben er al moeite mee om ‘off stage’, bijvoorbeeld thuis in het eigen gezin, pomp en meter te gebruiken en willen het apparaat alleen ‘backstage’ laten zien. Ook het omgekeerde komt voor. Eén gebruiker zette het apparaat zelfs in om nooit in de rij te hoeven staan bij een pretpark… Een ontworpen apparaat kan dus worden gebruikt voor doeleinden waar je als ontwerper nooit bij stil hebt gestaan.

Voor ontwerpers betekent dit dat we er ons rekenschap van moeten geven dat het apparaat dat we ontwerpen in zeer diverse gebruikscontexten tot zijn recht moet komen. Een hippe vormgeving lijkt op het eerste gezicht goed voor de acceptatie, maar een apparaat met een wat meer ‘medisch-technische’ uitstraling is bijvoorbeeld weer veel makkelijker uit te leggen aan de altijd wantrouwige Amerikaanse douane. Subtiel of hip? Dat is dus maar de vraag. Zoals Shakespeare al zei: “All the world’s a stage, and all the men and women merely players; they have their exits and their entrances.” En de rol die je speelt bepaalt het soort requisieten dat je wilt gebruiken.

Verder lezen?

  • Meer over Aisling O’Kane en haar onderzoek
  • Meer over Erving Goffman: The presentation of self in everyday life

Reageer